skip to Main Content

Aangereden wild zorgt voor nieuw leven in de Biesbosch: ‘Heel wat dieren profiteren’

Amper drie weken geleden dartelde de ree nog onbekommerd door de Biesbosch. Nu is hij dood en ligt als voedselbron voor aaseters in het gras. ,,Van zo’n ree profiteren heel wat dieren’’, zegt Thomas van der Es, boswachter bij Staatsbosbeheer.

De dode ree ligt verscholen tussen grassen, paardenbloemen en andere onkruidsoorten. Een lichte geur van ontbinding hangt nog om het kadaver heen. Al is het beestje inmiddels niet meer dan een verzameling botten, huid en haar. Het vlees is volledig verorberd door aaseters. Boswachter Thomas van der Es van Staatsbosbeheer begeleidt onderzoekers Ed Colijn en Oscar Vorst naar de plek die door sommige mensen als macaber zou worden beschouwd. De onderzoekers, verbonden aan EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, komen de allerkleinste aaseters bestuderen.

,,Voorheen gingen doodgereden dieren zoals deze ree naar een destructiebedrijf’’, vertelt Van der Es. ,,Sinds dit jaar brengen we dieren doelbewust terug in de voedselketen, speciaal voor het project Dood doet Leven.’’ ARK Natuurontwikkeling is de drijvende kracht achter het project dat inmiddels al ruim tien jaar bestaat. De eerste proef werd gehouden in natuurgebied De Gelderse Poort nabij Nijmegen, waar grote grazers leven.

De Biesbosch is een van de nieuwste proeflocaties waar beheerders in samenspraak met ARK Natuurontwikkeling kadavers van wilde dieren laten liggen. Verspreid over enkele plekken in het Brabantse deel van het natuurgebied kunnen aaseters zich tegoed doen aan reeën. ,,Het zijn stuk voor stuk verkeersslachtoffers”, vertelt Van der Es. ,,De voorbije weken zijn er best veel reeën doodgereden. Daardoor hebben we op meer plekken nu kadavers liggen. Er zijn plekken bij waar al meer dan een dood dier heeft gelegen.’’

Van der Es en zijn collega’s zochten eind vorig jaar de plekken voor de kadavers zorgvuldig uit. Dat gebeurde in nauw overleg met ARK Natuurontwikkeling. ,,We willen bijvoorbeeld niet dat het publiek er zo maar kan komen. Maar tegelijkertijd moeten deze plaatsen wel goed bereikbaar zijn voor onderzoekers. Zo staan er bijvoorbeeld cameravallen die opnames maken op het moment dat er beweging is rond het kadaver. Die moeten regelmatig worden gecontroleerd. Ook hebben we te maken met wettelijke eisen. Al vallen dode reeën niet onder de destructieplicht die voor vee wel geldt.’’

Plastic tasje
Ondertussen hebben Colijn en Vorst zich over de dode ree gebogen. Plastic handschoenen zitten inmiddels om hun handen. Even daarvoor hebben ze de cameraval snel even afgedekt met een plastic tasje. Om te voorkomen dat de batterij leeggaat en de geheugenkaart volloopt met beelden van henzelf als zij zich rond het kadaver bewegen. ,,Deze is volledig gemummificeerd’’, concluderen ze vrijwel tegelijkertijd na een korte blik op het dier.

Colijn tikt met een handschepje op het kadaver. Het geluid is hard en hol. ,,En er zit geen grammetje vlees en vet meer aan. Maar dat wil niet zeggen dat dit dode beest niets meer te bieden heeft’’, zegt hij terwijl hij in het zand er omheen begint te graven. De eerste kevers komen boven.

Met een flexibel slangetje vangt hij enkele beestjes die zich uit de voeten proberen maken. Maar ze kunnen niet ontkomen aan zijn teug adem: die zorgt ervoor dat ze in het plastic slangetje belanden. Colijn schudt ze vervolgens in een doorschijnend kokertje. Zo kan hij zijn vangst bestuderen. Vorst heeft ondertussen aarde in een bak geschept en schudt deze op en neer. Er begint nog meer te krioelen tussen de zandkorrels.

Van der Es kijkt geïnteresseerd mee. ,,Zo’n dode ree wordt een microwereld op zich’’, concludeert hij. ,,Kevers en insecten profiteren van het kadaver, terwijl andere beesten, zoals bijvoorbeeld vogels, van hen leven. Super interessant om te zien wat de onderzoekers van EIS Kenniscentrum gaan ontdekken op deze en de andere plekken in de Biesbosch.’’

De boswachter griezelt geen moment wanneer de onderzoekers het kadaver keren en steeds verder uitpluizen op zoek naar leven. Zij zijn wel anders gewend. ,,Dit onderzoekswerk is niet het meest frisse wat je kunt bedenken’’, erkent Vorst, die zich al zo’n twintig jaar bezig houdt met het bestuderen van kevers op kadavers. ,,Je zit toch met je gezicht pal boven een dood beest.’’

Vorst voelt zich daardoor zelfs enigszins belemmerd in zijn werk als anderen over zijn schouder meekijken. Ook al is hij volgens Colijn de autoriteit op het gebied van alle keversoorten in Nederland. ,,Mensen griezelen en het is moeilijk uit te leggen waarom je dit werk doet. Kevers zijn lang niet altijd onmiddellijk te herkennen, zoals bijvoorbeeld bij vogels wel het geval is. Als je een vogel ziet, weet je welke soort je voor je hebt. En anders kun je het ter plekke opzoeken. Bij kevers kan dat vaak pas wanneer je een microscoop bij de hand hebt. Sommige beestjes die zich op zo’n kadaver bevinden, zijn maar enkele millimeters groot. Daardoor is altijd nader onderzoek vereist’’, vertelt de senior-onderzoeker van EIS Kenniscentrum.

De keverpopulatie in Nederland telt bovendien naar schatting zo’n 4500 soorten, tegenover circa 500 vogelsoorten. Al komen niet al die kevers op kadavers voor. Toch zijn het er altijd nog meer die van dode dieren profiteren dan het aantal vogelsoorten dat ons land rijk is. Colijn heeft inmiddels zo’n 750 verschillende exemplaren aangetroffen tijdens zijn kadaverkeveronderzoeken. Ook hij is net als Vorst al jaren te vinden in het veld.

,,De biodiversiteit in ons land is gebaat bij het laten liggen van dode dieren. Die bieden een voedingsbodem voor heel veel insectensoorten, waaronder dus de kevers. Onder hen zijn exemplaren die een specifieke binding met een kadaver hebben, zoals bijvoorbeeld de beenderknagers. Deze kevers zijn hoofdzakelijk te vinden op dode dieren en doen zich te goed aan de huid en de vacht. Er zijn ook kevers die in een eerder stadium komen, wanneer bepaalde vliegen hun larven leggen. Die eten zij op. Maar in de wereld van de kevers zijn ook opportunisten: die profiteren van een kadaver als ze het toevallig tegenkomen, maar hebben het niet specifiek nodig om te overleven. Die microwereld op zo’n kadaver is volop in beweging. Juist omdat die kevers elk hun eigen behoefte hebben. Bovendien verandert zo’n dood dier op zich ook nog eens continu door het ontbindingsproces.’’

Kennis
Kennis over nut en noodzaak van insecten in de natuur begint langzaam door te dringen tot het grote publiek merken beide onderzoekers. ,,Vroeger als ik buiten aan het werk was, dachten mensen vaak dat ik vlinders aan het vangen was. En dat stuitte op weerstand’’, herinnert Vorst zich. ,,Inmiddels merk ik dat mensen wel doorhebben dat ik met insectenonderzoek bezig ben. Zorgen over de afname van insecten wordt breed gedragen, zo blijkt uit de reacties die ik krijg.’’

Colijn heeft de voorbije jaren ook verschuivingen gezien als het gaat om het kadaveronderzoek. ,,Jaren en jaren geleden vonden sommige beheerders het helemaal niets als ik een kadaver op hun terrein wilde onderzoeken. Waarom zou ik dat willen? Die afwerende houding lijkt langzaam te verdwijnen. De bereidheid om dode dieren terug te geven aan de natuur wordt groter en dat is goed. Nieuwe plekken zoals deze in de Biesbosch zijn alleen maar toe te juichen.’’

Hij hoopt dat het grote publiek dit net zo gewoon gaat vinden als het laten liggen van dood hout in natuurgebieden. Voorheen werden zieke bomen namelijk ook opgeruimd uit angst dat de ziekte zich verder zou verspreiden. Terwijl dit lang niet altijd het geval was. Het verwijderen van al het dode hout had onder meer gevolgen voor bepaalde paddenstoelsoorten en insecten. Zij zijn er voor hun voortbestaan afhankelijk van. Natuurbeheerorganisaties laten vandaag de dag dood hout liggen, zo lang dit geen gevaar voor het publiek oplevert.

Meekijken
ARK Natuurontwikkeling en Staatsbosbeheer houden de kadaverlocaties daarentegen geheim. Van der Es: ,,Natuurlijk zullen er mensen zijn die graag willen meekijken bij dit onderzoek. Maar we kunnen het niet hebben dat de locaties worden verstoord.’’ ARK Natuurontwikkeling biedt elders in het land wel de mogelijkheid om te zien hoe dieren profiteren van een kadaver. Bovendien heeft de organisatie op haar website een speciale themapagina over het project Dood doet leven.

Colijn en Vorst hopen op de kadavers in de Biesbosch nieuwe keversoorten aan te treffen. ,,Of bijvoorbeeld soorten die specifiek aan dit gebied te koppelen zijn. Bij eerdere onderzoeken elders in het land zijn we op verrassingen gestuit’’, zegt Colijn. Of dat in de Biesbosch ook het geval is, zal pas in de loop van dit jaar blijken. Het daadwerkelijk onderzoek van de aangetroffen kevers begint pas ergens in het najaar. ,,We zijn nu druk met verzamelen. Wanneer het winter wordt, krijgen we de tijd om onze vondsten echt goed te bestuderen.’’

Hopen op komst van nieuwe soorten
Het project Dood doet Leven is niet alleen goed voor de bestaande biodiversiteit in de Biesbosch. Mogelijk zorgt het voor de komst van nieuwe soorten naar het natuurgebied. De zwarte wouw staat bovenaan het wensenlijst van boswachter Thomas van der Es. ,,Die roofvogel is al een paar keer cirkelend door het luchtruim gespot in de buurt van Werkendam. Aas staat zeker op zijn menu.’’ In het zuidoosten van de provincie Noord-Brabant is de zwarte wouw op een andere locatie van het project Dood doet Leven al meermaals op een kadaver gezien en zelfs op beeld vastgelegd.

Een andere, aasetende vogel die Van der Es graag ziet komen is de raaf. In de Loonse en Drunense Duinen zitten enkele broedpaartjes. Hemelsbreed ligt dat gebied op zo’n 25 kilometer van de Biesbosch. Vossen in het natuurgebied weten de kadavers zeker te vinden. Zo zijn er op een locatie sporen aangetroffen die erop duiden dat een vos met de dode ree in het verhaal hierboven aan de haal wilde gaan. ,,Dat is geen verrassing, maar het is wel mooi om te zien dat zo’n dier de kansen grijpt die hij krijgt’’, zegt Van der Es.

Ook ratten en muizen laten zich niet onbetuigd. Een kadaver trekt sowieso een breed scala diersoorten aan. Ook beestjes die niet meteen worden geassocieerd met dode dieren, zoals vlinders. Van de 26 Nederlandse soorten is bekend dat zij zich tegoed doen aan het vocht dat in zo’n dood dier te vinden is. Ze halen uit het vocht specifieke stoffen, veelal mineralen. Onder meer de atalanta, het icarusblauwtje en de grote weerschijnvlinder doen dit.

Bron: AD Rivierenland/Beeld: Cor de Kock

Back To Top
Lid worden