Ga naar hoofdinhoud

Artikel Agraaf: Europese Unie bereikt landbouwakkoord: 25 procent naar ecoregelingen

De Europese landen hebben vrijdag 25 juni een akkoord bereikt over het nieuwe EU-landbouwbeleid 2023-2027. Een kwart van het beschikbare budget van 375 miljard euro gaat naar de ecoregelingen. 75 procent blijft beschikbaar voor directe inkomensteun.

Aan het akkoord ging maanden van onderhandelen vooraf. De voornaamste resultaten van dit moeizaam bereikte compromis zijn het behoud van de directe inkomenssteun, extra geld voor eco-regelingen op het gebied van het klimaat, biodiversiteit, dierenwelzijn en water en minder braaklegging dan de Europese Commissie voorstelde. Vooral het compromis over de directe betalingen is goed nieuws voor de wankele inkomenspositie van een groot deel van de Nederlandse akkerbouwers en melkveehouders.

De lidstaten zullen nu de ecoregelingen ‘nationaal’ mogen invullen binnen de voorwaarden van ‘Brussel’. Zo wordt 75 procent van het landbouwbudget bestemd voor de directe betalingen aan de boeren en gaat 25 procent van het totaal beschikbare geld voor de landbouw naar de hierboven genoemde ecologische doelstellingen.

Meer geld naar kleine bedrijven

Belangrijk is ook dat er van het totale budget voor de inkomenssteun meer geld naar kleine en middelgrote familiebedrijven zal gaan en minder naar de grootste landbouwbedrijven. Vooral grondspeculanten en multinationals zullen niet meer op enorme bedragen aan subsidies kunnen rekenen.

De verdeling van de directe betalingen moet nog nader worden uitgewerkt, maar de ‘nieuwere’ EU-lidstaten zullen op meer inkomenssteun voor hun boeren kunnen rekenen.

Het akkoord bevat ook maatregelen voor jonge boeren. De belangrijkste is dat de EU-landen 3 procent van hun budget voor directe inkomenssteun voor deze categorie boeren moeten besteden, bij voorkeur om bedrijfsovernames te vergemakkelijken.

Minder braaklegging

Europarlementariër Bert Jan Ruissen (SGP) noemt de afspraken ambitieus maar werkbaar voor de boer. Hij was namens de ECR-fractie in het Europese Parlement betrokken bij de onderhandelingen. „De voorwaarden voor het landbouwbeleid moeten haalbaar en betaalbaar zijn in praktijk. Dit pakket biedt voldoende flexibiliteit voor de lidstaten om het werkbaar te houden voor de boer. Het is nu aan Nederland om daar op een goede manier invulling aan te geven”, zegt Ruissen.

Een belangrijk pijnpunt in de onderhandelingen was een idee van EU-commissaris Frans Timmermans dat boeren 10 procent van de grond braak zouden leggen, geeft Ruissen aan. Dat wordt 3 procent voor sloten, andere landschapselementen en braak. Voor akkerbouwers kan daarnaast nog eens 4 procent van het areaal invult worden met vanggewassen. „Vruchtbare landbouwgrond in Nederland braakleggen is onwerkbaar duur. Het telen van vanggewassen is belangrijk als alternatief en goed voor het bodemleven”, aldus Ruissen.

Vrijstelling voor verplichte bufferstroken

Een dreigend verbod op het gebruik van meststoffen op de vanggewassen ging tijdens de onderhandelingen van tafel. Ook een plan voor verplichte bufferstroken van 3 meter langs water is iets versoepeld. Landen met veel sloten kunnen daarvoor een vrijstelling krijgen.

Eind mei konden de EU-lidstaten en het Europese parlement het nog niet met elkaar eens worden over onder andere de invulling van de ecoregelingen binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) die start vanaf 2023. De ministers van Landbouw wilden niet verder gaan dan 20 procent flexibele inkomensteun door middel van de ecoregelingen, terwijl het parlement graag wilde dat 30 procent van het budget flexibel werd ingezet voor de vergroeningsmaatregelen. Met 25 procent hebben de partijen elkaar vandaag in het midden gevonden.

Bron: Agraaf

Back To Top
Lid worden