skip to Main Content

Koren op de molen

In vroeger tijd was een brood bereiden zonder tussenkomst van een molen haast ondenkbaar. Nu hebben de meeste eervol ontslag gekregen, maar hier en daar is er nog een korenmolen in bedrijf. Korenmolen De Hoop is er zo eentje. Hoe gaat het er in zo’n molen aan toe?

Eeuwenlang werd het dorpsbeeld niet alleen gedomineerd door een kerktoren, maar ook door een korenmolen. Want zonder molen was brood niet denkbaar. In zo’n molen werd het koren tot meel gemalen.
De lokale bakker werd dagelijks door de molenaars voorzien van versgemalen tarwe. Nu komen daar normaal gesproken allang geen molens meer aan te pas. Maar in Oud-Alblas staat een korenmolen die nog steeds in werking is: Korenmolen De Hoop. Deze korenmolen, die stamt uit het jaar 1843, wordt bemalen door molenaar Evert de Groot. Al sinds zijn zeventiende werkt hij op deze molen. Inmiddels is hij tachtig jaar en heeft dus al meer dan zestig jaar ervaring.
Korenmolen De Hoop was toen nog een echt familiebedrijf. Hij was de vierde generatie die op deze molen ging werken.
De molen was destijds vol in bedrijf en draaide elke dag zo veel mogelijk. Klanten waren bakkers uit de buurt, of boeren die hun veevoer gebroken of gemalen wilden hebben.

Windkracht
Om brood te kunnen maken is er natuurlijk tarwe nodig. Deze tarwe komt in grote zakken op de molen aan. Vervolgens worden de zakken met een zogeheten luiwerk de molenzolder opgetakeld. De ongemalen tarwe wordt daarna in een ‘kaar’ gestort. Dat is een soort houten opvangbak.
Vanuit die kaar valt de tarwe vervolgens beetje bij beetje tussen de twee molenstenen. En hier komt de windkracht eraan te pas: de molenstenen worden via de wieken aangedreven, die natuurlijk weer door de wind in beweging gezet moeten worden.
Nadat de tarwe gemalen is, valt het tarwemeel via een pijp in een papieren zak. De zak wordt vervolgens gelabeld en is dan klaar voor de verkoop.

Te koop
Tegenwoordig maalt molenaar De Groot nog zo’n vijfhonderd kilogram per week. Daar kan dus heel wat brood van gebakken worden.
De gemalen producten worden onder in de korenmolen te koop aangeboden. Een winkel die overigens door de vijfde generatie De Groot wordt bestierd: Gert-Jan en Heleen.
Maar een deel verdwijnt ook naar de bakkerij. Eén van de afnemers is Bakkerij Vlot uit het naburige Papendrecht. Daar wordt elke week het zogenaamde ‘Opa adriaan’ brood gebakken, van de versgemalen tarwe die door Korenmolen De Hoop verwerkt is.

‘Opa adriaanbrood’
Het is kwart voor twee ‘s nachts als bakkers Peter Simons en Anton Lagendijk van Bakkerij Vlot een start maken met het bereiden van de broden. Naast het molenmeel komen er voor het ‘Opa adriaanbrood’ ook gebroken tarwekorrels, gluten, zout, water en desempoeder aan te pas. Het verdwijnt allemaal in de kneedmachine, die het tot een samenhangend deeg ineenmengt. Dan wordt het afgewogen en verdwijnt het in de oven.
Het is een bruin, biologisch brood. “Het is een brood met een eigen smaak en structuur,” vertelt Peter Simons (49) die al vijfendertig jaar bakker is. Dat dit werk vooral in de nacht gebeurt, is voor hem geen enkel probleem.
Anton (29) die inmiddels zo’n dertien jaar bakker is, vindt het leuke aan bakker zijn dat je van niets iets maakt. “Je start met alleen maar ingrediënten en na een proces van vier uur, waaronder het bakken op 260 graden heb je een prachtproduct in handen,” vertelt hij terwijl er een verse kar brood uit de oven gereden wordt.

Tafels, borden, magen
Als het brood uit de oven komt, kan het nog niet gelijk verwerkt worden. Het is dan nog veel te zacht. Het moet nog zo’n twee uur afkoelen voordat het gesneden wordt. Dan is het klaar voor de verkoop en vindt het zijn weg naar tafels, borden en magen.

Bron: Gezinsgids

Back To Top
Lid worden