skip to Main Content

Reeën zijn niet meer weg te denken uit de Biesbosch

VAN NATURE | Voor de afsluiting van het Haringvliet zag je sporadisch een ree in de Biesbosch; de getijden vormden een (te) groot obstakel. Door het grotendeels wegvallen van het getij in november 1970 is het gebied toegankelijker voor reeën en andere zoogdieren.

In de wintermaanden leven reeën in groepsverband, maar met de komst van het voorjaar vallen die groepen geleidelijk weer uitéén. Op dit moment is de kleur van de vacht donker en de bokken dragen een gewei. De nieuw gevormde geweistangen zijn bedekt met de bast, een dichtbehaarde huid, met daarin talrijke zenuwen en bloedvaten.

De bast beschermt en voedt het groeiende gewei. Tijdens de groei van het gewei is een bok voorzichtig met zijn nieuwe stangen. Een beschadiging aan het bastgewei kan zorgen voor vergroeiing. In april is het gewei van de oudere bokken meestal volgroeid. Het gewei is helemaal verbeend en hard geworden en de bast er omheen sterft af.

Het afsterven van de huid irriteert de bok omdat het jeukt en de lappen afgestorven vel, welke langs het gewei hangen, zitten in de weg. Door ruw met zijn kop tegen jonge boompjes te schuren, in onze regio zijn dat meestal jonge wilgjes in een hakgriend, ontdoet de reebok zich van de dode huid en krijgt de bok het gewei waar hij de komende maanden mee zal rondlopen. Het op deze manier verwijderen van de basthuid noemen we vegen.

Tijdens een prachtige, zonnige dag geniet ik van zingende veldleeuweriken. Ergens ver weg klinkt de vrolijke riedel van een wulp. Dan klinkt er een enorm gekraak en plotseling denderen twee reeën langs; een bok en een geit. Ze hebben er flink de sokken in. In het open landschap kan ik beide dieren goed volgen. De reebok keert echter na een paar honderd meter en komt in volle vaart op mij af. Met een geweldige sprong verdwijnt hij op een meter of vijf, zes weer in de dichte vegetatie. De geit reageert weliswaar minder driest, maar ook zij heeft er flink de gang in.

Tijdens haar sprint, valt de grote witte plek (spiegel) op haar achterlijf goed op. Reeën kunnen de haren van de spiegel rechtop zetten, waardoor deze vlek wordt vergroot. Dit gebeurt onder bepaalde omstandigheden, wanneer het dier bijvoorbeeld vlucht, schrikt of dreigt. Het lijkt aannemelijk dat die spiegel van belang is om vluchtende reeën bijeen te houden. Tijdens het rennen richten de dieren zich op de spiegels van hun soortgenoten.

Voor de afsluiting van het Haringvliet, waren dergelijke taferelen in de Biesbosch ondenkbaar. De getijdenverschillen vormden een obstakel. Na de afsluiting ontwikkelde de Biesbosch zich geleidelijk tot een goed gebied voor reeën. Er ontstonden rietruigten en weelderige wilgenbossen, met volop voedsel en dekking. In het voorjaar en in de zomer is er voor deze zoogdieren dan ook geen vuiltje aan de lucht.

Fijnproevers
Reeën zijn planteneters die met zorg hun eten uitkiezen. Het zijn fijnproevers. De planten worden beroken alvorens ze worden gegeten. Daarnaast heeft elke ree een persoonlijke voorkeur voor bepaalde plantensoorten. Ook kalveren worden ‘opgeleid’ doordat ze vlak naast de bek van de reegeit eten.

Bladeren van bomen en struiken worden veel gegeten, indien mogelijk het hele jaar door. De braam en de klimop behouden ook in de winter blad en deze planten worden regelmatig door reeën bezocht.

In barre winterse omstandigheden eten reeën zelfs hulst en rhododendronbladeren, terwijl ook de twijgen en bast van naaldbomen dan niet worden versmaad. Reeën zijn herkauwers. Ze beschikken over een lang spijsverteringskanaal en kunnen daardoor leven van energiearm, celwandrijk plantaardig voedsel.

Reeën zoeken voornamelijk overdag naar voedsel. Dagelijks wordt ongeveer tien keer het voedsel verzameld, waarna rust volgt om het voedsel te herkauwen. Een ree van 25 kilo verorbert in 24 uur ongeveer 1,5 kilo voedsel. Meestal wordt het voedsel liggend herkauwd, waarbij de dieren zo nu en dan wegdoezelen. Andere aansprekende voorbeelden van herkauwers zijn edelhert, geit en eland.

Bij de ree zijn reuk en gehoor prima ontwikkeld. Het gezichtsvermogen is minder. De ogen zijn astigmatisch, hetgeen wil zeggen dat vooral bewegende voorwerpen goed worden gezien. De ree is de kleinste van alle inheemse hertensoorten. Qua lichaamsbouw doet een ree eigenlijk meer denken aan een gazelle dan aan een hert; sierlijk gebouwd en gracieus van beweging en bovenal perfect aangepast aan de steeds veranderende leefomgeving.

Bron: AD Rivierenland

Back To Top
Lid worden