Molens openen de deuren tijdens Molendag: ‘Blijft mooi, het draaien van de wieken’

Molenaar Diederick

Ooit hielden ze onze voeten droog, nu hebben molens vooral cultuurhistorische waarde. Afgelopen zaterdag stonden hun eeuwenoude deuren open voor publiek tijdens de SIMAV Molendag. ,,Blijft mooi hè, dat draaien van de wieken.”

Als je écht even stil zou staan bij een molen in je buurt, ontdek je misschien waarom molenaars zoveel liefde hebben voor hun ambacht, zegt Diederik Beuzekom (24). De molenaar in opleiding staat voor de Hofwegense molen in Bleskensgraaf, en tuurt even naar de draaiende wieken.

,,Hoe oud ik ook ben, dat blijft mooi, hè”, zegt hij. Heel even zegt hij niets, maar luistert hij aandachtig. ,,Hoor je het? Vooral als er een straffe wind is, dan hóór je de molen werken voor wat hij waard is.”

Gek op molens, dat is Beuzekom zeker. Uit een boomstam zaagt hij zaterdag zelfs een heuse knoop, vanwege de Molendag van Molenstichting SIMAV. ,,Ik hoor je denken: wat heeft een knoop nu met een molen te maken? Maar als je zeilen om de wieken vast wil zetten, gebruik je een specifieke knoop. En de precieze manier van knopen, die wordt al honderden jaren van generatie op generatie doorgegeven. Dat moet handig worden gedaan, want je moet die knoop ook weer snel los kunnen maken.”

Stage
Nog een paar jaar, dan mag Beuzekom eindelijk de titel ‘molenaar’ voor zijn naam zetten. Tot die tijd loopt hij twee jaar lang, iedere zaterdag stage bij molenaar Antoin Walsemann. ,,Molenaar kun je namelijk niet zomaar worden”, vertelt Walsemann.

,,Diederik moet er uiteindelijk ook examen in doen. Het gaat erom dat je weet hoe je met het bouwwerk om moet gaan, hoe je het kunt behouden, maar ook dat je het weer kunt lezen. Je kunt wel op een weerapp kijken of het gaat regenen, maar het is het ambacht dat je aan de lucht kunt aflezen of het gunstig molenweer is. Of ‘ie ingepakt moet worden, bijvoorbeeld.”

In Alblasserdam gaat Dirk Barten ondertussen met zijn volle gewicht aan het vangtouw van de Kortlandse molen hangen. ,,Zo, dan gaan die wieken lekker roteren. Bij een beetje wind, wil het al snel”, zegt hij. Zelf woont hij niet in de molen, maar hij zorgt als molenaar wél voor het behoud ervan. Een tik van de molen, dat heeft hij figuurlijk zonder twijfel, vertelt Barten. ,,Het is echt een soort tic: die liefde voor molens blijft kriebelen. Mijn vader had het al, en ik nu ook. Wat er nou zo mooi aan is, weet ik niet eens precies.”

Het eeuwenoude verleden van zijn ambacht doorgeven aan toekomstige generaties, dat vindt Barten ‘prachtig’. ,,Als ik kan uitleggen hoe je een watermolen op gang kan brengen, ben ik in mijn element. Daarom zijn dit soort open dagen ook zo leuk: dan kan ik mensen laten zien dat het ambacht verre van uitgestorven is. En dat molens nog best populair zijn: er zijn zelfs wachtlijsten om in een molen te wonen.”

Wie zaterdag wilde zien hoe Sliedrecht bijna honderd jaar geleden droge voeten hield, kon ook een kijkje nemen bij historisch dieselgemaal polder Sliedrecht. ,,Wil je even terug in de tijd gaan?”, vraagt vrijwilliger Adrie Kok. ‘Terug in de tijd’ heeft hierbij ook een jaartal: 1923, om precies te zijn. ,,Het was dat jaar dat er hier een dieselgemaal kwam te liggen, ter vervanging van het stoomgemaal.”

Sinds 1978 is het historische gemaal vervangen door een elektrische, maar dat betekent niet dat het ‘oudje’ wordt vergeten. Om dat te bewijzen, tornt Kok aan het vliegwiel van het oude, zwarte gemaal. De vrijwilligers zetten het gemaal in rap tempo in werking. Als dan het oorverdovende geluid klinkt van roterende wielen en op en neer gaande klepjes, kijkt Kok trots rond.

,,Hij doet het dus nog, hè, die ouwe dibbes. Als vrijwilligers staan we zelfs stand-by: als er iets misgaat met het elektrische gemaal, zijn wij er om dit monument op gang te brengen. Een paar jaar geleden werden we opgeroepen, maar helaas regende het niet hard genoeg, haha.”

De ‘mannen van het gemaal’ zijn het over één ding roerend eens: in deze regio gaan we al heel lang goed om met al het water om ons heen. Want, zo zeggen ze: ,,Hier is alles water, en is water alles.”

Bron: AD Rivierenland/Beeld: Cor de Kock

Lid worden