De Koperen Knop 30 jaar

Alida

H’VELD-G’DAM Dertig jaar geleden was de Historische Vereniging Hardinxveld-Giessendam al enige tijd op zoek naar een plek om de door hun verzamelde voorwerpen uit te stallen. De Koperen Knop stond te koop en met behulp van acht ondernemers die elk een achtste deel inlegden werd het pand gekocht en verbouwd. Dick en Alida de Jong – respectievelijk directeur en communicatieadviseur van het museum – kijken terug op de afgelopen 30 jaar.

,,Het is best bijzonder”, vertelt Alida. ,,Acht ondernemers werden voor een deel eigenaar, maar gaven het geheel uit handen aan ons, zonder enig winstoogmerk of voordeel voor hen. Ze beseften dat de maatschappij verantwoordelijk was voor hun zakelijke successen en wilden graag iets terug doen voor de samenleving.” Het echtpaar de Jong-Ambachtsheer verbleef de eerste vier jaar in een inpandige woning om zo de beheerdersfunctie zo goed mogelijk te kunnen vervullen en het museum optimaal op te bouwen. Het huidige museumcafé was de woonkamer en de kantoren waren vroeger slaapkamers. ,,Doordat we in het museum woonden konden we het museum ultiem opbouwen en de verschillende commissies en mensen aansturen.”

Al snel na de aankoop van de oude boerderij werd er namelijk besloten dat er naast de eigenarenstichting en exploitatiestichting ook een museumcommissie moest komen die zorg zou dragen voor de praktische zaken zoals het inrichten van en vertellen over de exposities. Het wonen in het museum was voor het gezin de Jong bijzonder, echter het had ook een keerzijde: ,,Soms zaten we op zondagmiddag nietsvermoedend in de woonkamer en kwamen er ineens wat nieuwsgierige hoofden onder de zonwering door die geïnteresseerd waren in het museum”, aldus Dick. ,,Dat maakte wel dat we op een gegeven moment besloten om wat meer fysieke afstand tot het museum in te bouwen.”

Gelukkig bleven de leidinggevende kwaliteiten van Alida niet onopgemerkt en bood het bestuur van het museum haar een parttime baan aan als museumdirecteur. Die functie van museumdirecteur is overigens de enige betaalde functie binnen het museum. De overige taken worden allemaal door vrijwilligers gedaan. En dat is volgens Alida ook meteen de kracht van het museum. ,,Ik vraag heel vaak input van vrijwilligers, hierdoor wordt het museum echt van ons allemaal.” Voor de buitenwereld lijkt het vaak een makkelijk baantje, wat vrijwilligers aansturen, echter achter de schermen gebeurt zoveel meer dan wat de bezoekers zien. ,,Als ik wil kan ik dag en nacht in het museum bezig zijn”, vertelt Alida ,,Echter ik denk dat het museum vooral zo succesvol is doordat we een goede mix van zakelijkheid en menselijkheid hanteren.” ,,En het is in dit vak erg belangrijk om weloverwogen keuzes te maken”, vult Dick aan. ,,Bij elke expositie, hoe spectaculair en indrukwekkend hij in het begin ook lijkt, bedenken we van te voren of we dit wel kunnen bolwerken.”

In de afgelopen dertig jaar heeft de expositiecommissie een zo gevarieerd mogelijk programma geboden, van keukengerei tot Donald Duck en van mode tot het circus. Naast de wisselende exposities is er uiteraard ook het voorhuis dat geheel in de stijl is ingericht, zoals de boeren omstreeks 1900 leefden. Dat is ook de kracht van dit op de streek gerichte museum: een afgewogen mix tussen historie, cultuur en kunst. Een ander constant succes is volgens Dick de zomerexpositie: ,,Voor de zomerexpositie, waar elke zomer weer een flink aantal ouders met kinderen, maar vooral grootouders met hun kleinkinderen op af komen, besteden we vaak extra aandacht aan de kinderen bijvoorbeeld in de vorm van een detectivespel.” Voor het Alida is het vooral belangrijk dat er kennis wordt gedeeld. ,,We zien vaak dat kennis voor zichzelf wordt gehouden wat erg zonde is. Door extra aandacht, vooral ook aan kinderen te besteden houdt je die kennis levend en blijft die kennis ook bestaan.”

Je kunt je afvragen of na dertig jaar de inspiratiebron voor het bedenken van exposities wellicht is opgedroogd, echter niets is minder waar. De exposities worden ongeveer 2 jaar van te voren door de expositiecommissie bedacht en ingepland. ,,Hiervoor houden we vaak een brainstormsessie waar iedereen mag roepen en opschrijven wat er te binnen schiet”, legt Alida uit. ,,Vervolgens gaan we kijken naar de mogelijkheden, of er überhaupt vraag naar is, of er genoeg objecten in bruikleen kunnen worden verkregen.” Daarna, als alles rond is, worden de expositiestukken verzameld en wordt de expositieruimte ingericht. Dat inrichten gebeurt vaak op het moment dat de stukken daadwerkelijk worden aangeleverd: ,,Uiteraard is er een basisindeling gemaakt, echter vaak zie je verbanden in kleuren, motieven of thema vaak als je de objecten daadwerkelijk voor je ziet. Het leuke is dat we in die dertig jaar nog nooit dezelfde expositie-indeling hebben gehanteerd.” Volgens Dick zijn de zelfbenoemde “inspiratiereisjes” ook erg belangrijk voor de input: ,,Zo’n drie of vier keer per jaar plannen we een route door Nederland langs, musea, woonwinkels en andere inspiratiebronnen om zo weer inspiratie op te doen voor het museum.”

Na dertig jaar durven Alida en Dick gelukkig nog verder te dromen. De techniek rent vooruit, een ontwikkeling waar ook het museum niet aan ontkomt. ,,Het plan is om een soort digitale leskisten te maken waarbij kinderen met een tablet door het museum heen kunnen”, onthult Alida. ,,Daarnaast is het mijn grote droom om een soort regiodepot op poten te zetten waar musea uit de hele regio hun objecten kunnen bewaren. Veel musea kampen met een opslagprobleem.” ,,Of gewoon drie extra boerderijen”, vult Dick glimlachend aan. ,,Twee om in te exposeren en één als opslag.”

In het kader van het dertigjarig bestaan zijn er verschillende activiteiten zoals de proeverijmarkt op 13 april en deelname aan het HAGI-festival in september. Kijk voor meer info op: www.koperenknop.nl.

Bron: het Kompas/Beeld: Walter Leendertse

Lid worden