skip to Main Content

Arie is ambachtelijk mandenvlechter: ‘Geen machine kan dit doen’

Traditionele beroepen zoals molenaar, beroepsvisser, glasblazer of mandenvlechter, in deze regio zijn ze er nog volop. Wie zijn de beoefenaars? En is er anno 2019 nog een boterham mee te verdienen? Het AD doet onderzoek.

Aan de voet van de Maasdijk in Wijk en Aalburg ligt het woon- en werkgebied van Arie Versteeg (52). Op een perceel van een kleine hectare staan onder meer zijn werkplaats, zijn huis, het ‘oude huis van opa’, de winkel en een opslagloods. Een cluster gebouwen, enigszins rommelig opgesteld in een landelijke omgeving. Hier draait alles om vlechtwerk, al bijna 100 jaar lang.

,,Opa begon in 1916″, weet Versteeg. ,,Dat was in Brakel. Vier jaar later verkaste het gezin naar deze plek. Opa en oma hadden vijf dochters en zeven zoons, van wie mijn vader Barend er een was. Alle jongens uit het gezin werkten van jongs af aan in het mandenmakersvak, wat toen erg lucratief was. Ook mijn grootvader werkte tot op hoge leeftijd mee.”

Sinds 1987 runt de derde generatie Versteeg het bedrijf in de persoon van Arie, wellicht de laatste van de familie. ,,Mijn vrouw Liesbeth en ik hebben tien kinderen, drie jongens en zeven meiden tussen 10 en 28 jaar, maar geen van hen lijkt zin in het werk te hebben.”

Passie
Het traditionele ambacht, dat hij sinds zijn 18de beoefent, ligt de geboren Wijk en Aalburger na aan het hart. In zijn werkplaats, tussen roodbruine bossen wilgenhout en half afgewerkte werkstukken, voelt hij zich als een vis in het water en vertelt hij met passie over de materialen en technieken. ,,Ik gebruik wilgentenen die ik koop bij een kwekerij in Schoonrewoerd. Vóór verwerking moeten ze minstens twee uur in het water liggen om soepel te worden. Doe je dat niet, dan knakken ze.”

Zijn opdrachten komen veelal van winkels. ,,Deze manden zijn besteld door een supermarkt. Ze presenteren er brood in om het een plattelandsuitstraling te geven. De opdrachtgever heeft gevraagd om een bepaalde maatvoering en een ouderwets model met omgebogen randen.”

Ook is er regelmatig vraag naar specifieke zaken, zoals vlechtwerk dat wordt gebruikt bij restauratie van oude koetsen. Daarnaast neemt het eenmansbedrijf restauratiewerk aan. Het handwerk is volgens Versteeg erg arbeidsintensief en materialen zijn relatief duur. ,,Je moet snel kunnen werken om aan een redelijk uurloon te komen. Die snelheid krijg je alleen als je er jong mee begint. Voor mandenvlechten zijn nog geen machines uitgevonden. Dat gaat ook niet gebeuren.”

Bijspringen
Hij schat dat er in Nederland nog maar vijf of tien ambachtslieden zijn die met vlechten hun brood verdienen. ,,Je hebt natuurlijk wel aardig wat mensen die het als hobby doen.” De vraag naar gevlochten artikelen is volgens Versteeg weinig stabiel. ,,Het is erg trendgevoelig. Toen ik in de jaren 80 begon waren rieten meubelen een hype. Op veel plaatsen doken speciale rietwinkels op. Ik had in die periode twee man die regelmatig kwamen bijspringen omdat ik het niet alleen aankon, maar die tijd is voorbij. Vooral de laatste vijf jaar is het erg teruggelopen. De meesten willen nu een strak interieur en die meubels van steigerhout.”

Om die reden vult Versteeg zijn inkomen regelmatig aan met klusjes. Een andere manier om het hoofd boven water te houden is demonstraties geven. Een paar keer per maand komen groepjes anderhalf tot twee uur op bezoek. ,,We ontvangen de gasten met koffie en geven een powerpoint-presentatie waarop ze het hele proces vanaf het oogsten tot en met het voorbewerken van de wilgentenen kunnen zien. Ook vertel ik over het belang van mandenmakerijen in vroegere jaren. Ooit waren hier in het dorp twee grote bedrijven waar veel mensen hun brood verdienden. Daarna geeft ik een demonstratie met een leuk verhaal eromheen en tot slot kan men nog even rustig rondkijken in de winkel.”

Import
De winkel is gevestigd in een grote loods en biedt een assortiment met een omvang waar Xenos en Action jaloers op zouden zijn. Lange en hoge schappen herbergen duizenden mandjes en andere gevlochten artikelen. De prijzen zijn opmerkelijk laag. ,,Allemaal import”, zegt Versteeg. ,,Vooral uit Polen, China en Indonesië.” Hij pakt een mandje uit het schap en zegt: ,,Kijk, dit is toch prachtig handwerk, het kost 2,95. Daar zitten heel wat uren werk in. Je begrijpt niet hoe ze het voor dat geld kunnen maken.”

Door een grote schuifdeur in de winkel lopen we een tweede, nog grotere ruimte binnen waar kartonnen dozen hoog zijn opgestapeld. Het betreft voorraden die Versteeg heeft ingekocht in lagelonenlanden en die wachten op vervoer naar afnemers. Voor het merendeel betreft dat de groot- en detailhandel. ,,Ik schat dat ik het voor driekwart van mijn omzet hiervan moet hebben”, bekent hij. ,,Met mandenvlechten alleen red je het echt niet meer.”

Bron: AD Rivierenland/Beeld: Cor de Kock

Back To Top
Lid worden