Skip to content

Deze proeftuin geeft kennis over insectenkweek

De proeftuin voor insectenkweek in Giessenburg (Zuid-Holland) moet een basis leggen voor de nog vrij nieuwe sector. Doel is om insecten lokale reststromen te laten verwerken en de insecten vervolgens te gebruiken als diervoer.

In een oude melkveestal midden in de Alblasserwaard staan kratten met larven en bakken met vissen in plaats van koeien. Sinds kort is hier een proeftuin in gebruik waar larven plantaardige reststromen omzetten tot nieuwe eiwitrijke grondstoffen. Het doel: veevoer produceren met behulp van zwarte soldatenvliegen.

“Er zijn maar een paar bedrijven bezig met insectenkweek en de meeste daarvan zijn erg gesloten. Wij zijn open in wat we doen en proberen daarmee kennis te verzamelen en anderen te enthousiasmeren”, aldus initiatiefnemer Seppe Salari.

InsectoCycle wil kringloop grondstoffen sluiten met insectenkweek
Samen met zijn partners Jason Kiem en Jesse Turkstra richtte Salari ruim twee jaar geleden het bedrijf InsectoCycle op. Het heeft als doel de grondstoffenkringloop te sluiten met behulp van insecten en een hele keten van insectenkweek op te zetten. Ze geven onder andere advies aan bedrijven die bezig zijn of willen beginnen met insectenkweek. Om zelf onderzoek te doen, was het bedrijf op zoek naar een locatie voor een proefopstelling. Via via kwamen InsectoCycle en melkveebedrijf Kuiper in Giessenburg met elkaar in contact.

FeedBackFarm in oude melkveestal
Kuiper had het tegenoverliggende melkveebedrijf gekocht om meer grondgebonden te worden. Niet alleen de grond, ook de oude gebouwen waren onderdeel van de koop, en daarvoor zocht de melkveehouder een bestemming. Overeenstemming voor de locatie van de proeftuin was snel bereikt. De FeedBackFarm, zoals het project heet, in Giessenburg was een feit.

Niet alleen het beschikbaar stellen van de stal behoort tot de samenwerking, maatschap Kuiper levert de insectenproeftuin wei uit de kaasproductie en resten kuilvoer als reststromen voor de insecten.

Subsidie uit POP3-regeling en AV-Ontwikkelingsfonds
Voordat de verbouwing van de stal kon beginnen, is eerst subsidie aangevraagd. Een jaar duurde het voordat het bedrag van ruim € 900.000 uit de POP3-regeling (Europees plattelandsontwikkelingsprogramma) binnen was. Ook kwam er financiële steun uit het AV-Ontwikkelingsfonds (samenwerking van gemeenten in regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden).

De verbouwing duurde vervolgens een half jaar. Er kwamen klimaatcellen in de stal. “Klimaatbeheersing is het belangrijkste in insectenkweek. De zwarte soldatenvlieg gedijt het beste bij een temperatuur van zo’n 28 graden en een hoge luchtvochtigheid. In de cellen kunnen we dat allemaal regelen”, aldus Salari.

Daarnaast moest er ontheffing van RVO.nl komen voor het houden van insecten en moest de kwekerij voldoen aan een lijst met voorwaarden. “Zo moesten we ervoor zorgen dat de insecten niet kunnen ontsnappen en dat ze geen gevaar zijn voor de inheemse flora en fauna.”

Problemen met ziektes bij de vlieg zijn nog niet bekend volgens Salari. “De zwarte soldatenvlieg eet bijna alles, de meest vieze reststromen gaan er goed in. Ze kunnen wel tegen een stootje.” Dat is ook een van de redenen dat gekozen is voor deze soort insect. “Daarnaast groeien en vermenigvuldigen ze zich ontzettend snel. In tegenstelling tot bijvoorbeeld meelwormen, die negen weken nodig hebben voordat ze volgroeid zijn, zijn larven van de soldatenvlieg binnen twee weken volgroeid.”

De bedrijven die met de kweek van zwarte soldatenvliegen bezig zijn, importeren de eitjes nu vooral uit China. “Ons doel is om lokaal te kunnen voorzien in de eitjes, zodat we niet meer volledig afhankelijk zijn van China, waar de kwaliteit van de eitjes niet altijd optimaal is. We willen de Hendrix Genetics in de insectensector worden.”

De verkoop van de eitjes aan toekomstige insectenkwekers is waar de mannen een verdienmodel in zien. Daarnaast willen ze verder gaan met het geven van advies over insectenkweek aan (toekomstige) kwekers. “Daarvoor is het belangrijk het hele pakket, kennis over de gehele keten, aan te kunnen bieden. We zijn daarom bezig met het opzetten van die hele keten.”

Eén vrouwtjesvlieg legt ongeveer 500 eitjes in haar leven. Zo’n 1% van de uitgekomen eieren laat Salari uitgroeien tot vliegen die weer eitjes kunnen leggen. 1 gram eitjes groeit uit tot 5 tot 8 kilo larven in 10 tot 14 dagen. Er is ongeveer 15 kilo substraat, één krat, nodig om 3 tot 5 kilo larven te produceren. De productie is in opstartfase, maar de bedoeling is om in steeds meer kratten met larven te kweken.

Experiment met compost als meststof op komst
Als de larven volgroeid zijn, gaan ze door een zeef die de larven van de compost scheidt. In een vriezer worden de larven gedood. De compost gaat nu in opslag. Er komt nog een experiment met de compost als meststof op het land.

Het uiteindelijke doel van de ondernemers is om met insecten lokaal reststromen, zoals overgebleven groente en fruit van supermarkten en plantenresten uit de tuinbouw of akkerbouw, te verwerken tot grondstoffen voor diervoeder.

Salari onderzoekt welk substraat van reststromen zorgt voor welk eiwitgehalte en aminozuursamenstelling in de larve. “We willen alle organische reststromen proberen, wat er in de regio maar beschikbaar is. Zo hebben we ondervonden dat de larven het op resten kuilvoer goed doen.”

“Het ideale substraat is zowel economisch, milieutechnisch als voor de larve goed. De reststromen bepalen de hoeveelheid eiwit in de larve en ook de uitstoot, onder andere van stikstof. Het percentage eiwit bepaalt weer de prijs. We onderzoeken hoe we de meeste waarde kunnen halen uit een beestje.”

Wet- en regelgeving heikel punt bij ontwikkeling insectenkweek
Het grote heikele punt van de verdere ontwikkeling van insectenkweek is regelgeving. Insecteneiwit mag nu niet aan landbouwhuisdieren worden gevoerd, omdat insecten zelf ook gezien worden als landbouwhuisdieren. Insecten mogen wel aan vissen gevoerd worden en ook levend aan bijvoorbeeld kippen.

“Het is een kip-ei-verhaal. Wachten we totdat de Europese regelgeving wordt aangepast en gaan we dan de productie opschalen, of beginnen we met opschalen zodat we klaar zijn als de regelgeving aangepast is?” Daarom heeft de FeedBackFarm tijdelijk een oplossing door de insecten te voeren aan vissen. De vissen krijgen insecten als voer en het water van de vissen wordt weer in een teeltsysteem met groenten gepompt. De groenten halen de meststoffen van de vissen uit het water en het schone water stroomt terug de bakken waar de vissen inzitten. “Het doel is om het insecteneiwit als grondstof in veevoer te gebruiken. We zijn nu dan ook in gesprek met veevoerfabrikanten om te kijken hoe we insecteneiwit in kunnen passen in veevoer.”

Plannen hebben de mannen genoeg. “We denken al veel verder dan waar we nu mee bezig zijn. Er liggen al veel verschillende lijntjes met bedrijven om reststromen te leveren. Daarnaast zijn er veel stallen die de komende jaren vrijkomen. Insectenkweek kan daar heel goed. We merken veel interesse onder veehouders om mogelijk in insectenkweek te stappen, er komen er hier veel over de vloer. Op sommige punten verschilt insectenkweek niet eens zoveel van veehouderij. De voerinstallatie om voer te maken is bijvoorbeeld niet zo veel anders dan een brijvoerinstallatie.”

Bron: Boerderij.nl

Back To Top
Lid worden