skip to Main Content

Zo’n 27.000 ganzen geteld in de Biesbosch: ‘Dit blijf ik doen tot ik een oude opa ben’

Duizenden ‘gevleugelde vrienden’ ontwaakten zaterdag uit hun slaapplek in de Biesbosch. 21 vogelaars waren erbij om ze te tellen. ,,Prachtig, maar ook noodzakelijk.”

Roos van Bijnen 18-11-18, 18:01

Het is een muisstille zaterdagochtend langs de rivier bij Hardinxveld-Giessendam. Drie vogelaars kijken geconcentreerd naar het ochtendgloren door hun telescoop en verrekijker. Maar dan, rond de klok van half acht, kleurt de lucht plots een beetje zwart. ,,Hoor je dat gegak? Daar komen duizenden kolganzen aan!”, zegt Bastiaan van de Wetering (19). Hij is al tien jaar officieel vogelteller. ,,Dat tellen van de ganzen blijft toch schitterend, hè?”

Hoe dan?
Dit weekend telden 21 vogelaars de overnachtende ganzen en zwanen van de Biesbosch, in het kader van de ganzenslaapplaatstelling van Sovon Vogelonderzoek Nederland. Zo ook Van de Wetering, samen met zijn broertje Niek (12) en Nieck Alderliesten (31). Zodra er grote groepen vogels overvliegen, klikt hij op zijn gele telapparaatje de honderdtallen aan. ,,En dan vraag je je misschien af: hoe tellen ze dat? Dat is vooral veel ervaring. We weten hoe groot een groep van tien is, en die van vijftig en honderd. En zo maken we een ruwe schatting per honderdtal.”

Even onderbreekt Alderliesten hem. ,,De Canadezen! De Canadezen komen!”, wijst hij naar een ganzensoort in de lucht. De drie vogelaars tellen alleen een specifiek gebied van de Sliedrechtse Biesbosch; andere tellers staan op elf plekken in een ‘vangnet’ om het natuurgebied heen. ,,Het is ontzettend belangrijk om te blijven tellen”, legt Van de Wetering uit. ,,De Biesbosch is een Europees beschermd gebied, en door te tellen geeft dat aan hoeveel waarde het heeft als slaapplek voor zoveel watervogels.”

De 19-jarige weet dat sommigen bij een vogelaar een bepaald beeld in gedachten hebben. ,,Ze denken aan het stereotype. Een oudere man met een baard en een bril. Maar onze groep zit eigenlijk vól met jongeren.” Bij hem zit het ‘vogelen’ hem, naar eigen zeggen, in de genen. ,,Op mijn vierde wees ik al naar de mussen op het dak. En nu nog is elke dag verrassend.”

Blij
Zijn broertje Niek tuurt aandachtig door zijn verrekijker. ,,Daar gingen weer twaalf kolganzen, hoor”, zegt hij. Het vroege tijdstip vindt hij alles behalve vervelend. ,,Ik word hier gewoon heel blij van. En de Biesbosch is een heel talrijk gebied: van grote roofvogels tot kleine eenden. Dus je kunt hier écht goed vogelen.”

Boswachter Thomas van der Es staat zelf op de telplaats op de Tongplaat. ,,Veel ganzen broeden hier duizenden kilometers vandaan. En in de winter is Nederland écht een ganzenland. Wat ook heel logisch is: het is een combinatie van grote wateren, waar ze kunnen slapen en drinken, en de grasmatten. Dat maakt dit het perfecte winteroord.”

Trends
Van der Es vindt het van belang om de tellingen consequent te doen. ,,Als we het structureel volhouden, kunnen we de trends zien. Niet alleen hoeveel ganzen en zwanen hier overnachten, maar ook welke vliegroutes ze nemen. En als we dat in kaart brengen, weten we bijvoorbeeld dat het op een bepaalde plek geen goed idee is om te gaan varen. Deze regio is ten slotte een ganzenwalhalla.”

Niek werpt nog één blik op de Sliedrechtse Biesbosch. ,,Zó cool is dit, hè?”, lacht hij. ,,Dit blijf ik doen tot ik een oude opa ben. Mooi, man, die ganzen.”

Bron: AD Rivierenland/Foto: Cor de Cock

Back To Top
Lid worden