Skip to content

‘Ik wilde in melk echt iets vernieuwends neerzetten’

Melkveehouder Matthijs Baan stelde zichzelf jaren terug voor de doelstelling iets vernieuwends te doen met melk. Uit deze gedachte is het concept ElkeMelk ontstaan. Dit concept moet laten zien dat iedere koe uniek is en dus andere melk produceert. “Doorgaans verdwijnt de melk in de anonimiteit. Dat wil ik voorkomen.”

Matthijs Baan (39) woont samen met zijn vrouw en 3 kinderen (13, 10 en 7 jaar) in het Zuid-Hollandse Molenaarsgraaf in de Alblasserwaard. Daar heeft hij een melkveebedrijf met 125 koeien, waarvan er 110 aan de jaarlijkse melkproductie van 1,1 miljoen liter (met gemiddeld 4,5% vet en 3,8% eiwit) bijdragen. De opfok van circa 65 stuks jongvee besteedt Baan uit aan een bedrijf in de buurt.

Geen geboren boer
“Ik ben letterlijk in het huis hiernaast geboren. Mijn ouders zijn in 1973 op deze locatie terechtgekomen door de ruilverkaveling en hebben hier toen een melkveebedrijf opgezet”, zo steekt de melkveehouder van wal. Baan heeft nog 1 broer en 1 broertje, maar alle 3 zijn het geen geboren boeren. “Nee, wij waren niet direct van plan uiteindelijk het melkveebedrijf over te nemen, al had ik wel de meeste affiniteit met de boerderij. Zo ging ik regelmatig melken en voeren, terwijl mijn broers dat veel minder deden.”

Pas toen hij zijn vervolgopleiding kon uitkiezen, kwam hij erachter dat de agrarische wereld toch weleens zijn ding zou kunnen zijn. “Ik wilde eerst civiele techniek studeren, maar besloot toch eens te kijken op de HAS in Dronten.” Tegenwoordig is de landbouwhogeschool omgedoopt tot Aeres Dronten. “Voor mij werd toen duidelijk dat in de landbouwsector alles bij elkaar komt: natuur, dier, bedrijfseconomie, maar ook op maatschappelijk gebied zijn veel raakvlakken. De meeste andere beroepen zijn eenzijdig, maar dat geldt niet in deze sector. Dit is breed, en dat is waar ik naar op zoek was.” Na zijn opleiding heeft Baan eerst nog 2 jaar in de makelaardij gezeten, maar ook dat bevestigde zijn vermoeden. “In die periode kwam ik erachter dat ik niet gemaakt ben om voor iemand anders te werken. Ik heb een ondernemingsdrang en dan wil je je eigen ding doen.”

In de eerste jaren dat hij betrokken was bij de melkveehouderij van zijn ouders, verdiepte Baan zich in de bedrijfsvisie en bedrijfsmodellen. Toen werd voor hem onder andere duidelijk dat er geïnvesteerd moest worden in automatisering. “Toen ik in het bedrijf stapte, hielden we zo’n 80 à 90 koeien en hadden we quotum van 700.000 liter. Inmiddels zijn er 110 koeien en komt de jaarproductie uit op 1,1 miljoen liter. Dat we zo hebben kunnen groeien, komt onder andere doordat we geïnvesteerd hebben in automatisering. In de eerste jaren bedroeg de arbeid circa 100 uur per week, terwijl dat inmiddels nog maar ongeveer 50 uur per week is. Die investeringen hebben zich dus zeker uitbetaald.”

Meer doen met melk
Overigens heeft Baan nooit het idee gehad dat het zijn bedrijf is. “Je doet het samen. Het is en blijft een familiebedrijf en mijn vader werkt dan ook nog altijd mee.” Toch had de melkveehouder de drang om meer te doen. “Ik wilde graag ook iets anders neerzetten. In het kader daarvan zijn we 8 jaar geleden ook gestart met een kinderdagverblijf: ‘het Hazendonkje’. Ook heb ik plannen gehad om ijs te maken of iets met combinatiezuivel te doen. De markt daarvoor is echter enorm dun en de concurrentie is fors. Ik stelde mijzelf de vraag: wat is echt vernieuwend?” Dat leidde tot het concept ElkeMelk, wat inmiddels is uitgegroeid tot een samenwerkingsverband met TOP BV uit Wageningen. “Het idee is van mij, Top had er ook al eens mee gespeeld, maar de uitwerking komt toch echt bij hun vandaan.”

Bij dit concept wordt de melk direct gepasteuriseerd en verpakt. “ElkeMelk heeft 2 unieke punten: het wordt vers verwerkt en creëert een stukje beleving bij de consument. De melk gaat dus vanaf de uier naar de pasteur en zit vervolgens binnen 10 minuten in de fles. Die versheid proef je ook en daarmee maken wij het verschil in kwaliteit.” Het stukje beleving is terug te vinden op het label. Daarop is namelijk te zien van welke koe de melk komt. “Die koe kun je vervolgens met een foto terugvinden op onze website. Je zou verbaasd zijn, hoe vaak consumenten een reactie, of zelfs compliment, achterlaten over de melk van een bepaalde koe”, aldus Baan. “Dit vind ik mooi om te zien. Doorgaans wordt de melk eens per 3 dagen opgehaald door de fabriek en dan verdwijnt het in de anonimiteit. Dat is bij ElkeMelk niet zo, bij ons is elke koe uniek en daarom smaakt elke fles melk anders.”

Inmiddels wordt 25% van de melkproductie gebruikt voor ElkeMelk. De overige 75% wordt gecollecteerd door Vreugdenhil. Voorheen zaten we bij Bel Leerdammer, maar dat werkte niet. Ik ben overigens wel van mening dat we de nut en noodzaak van grote fabrieken niet moeten vergeten. Zij weten pas echt wat efficiënt werken is.” De melk onder het label ElkeMelk wordt slechts incidenteel verkocht op het bedrijf. “In principe gaat alles naar Albert Heijn. Zij halen de pallets hier op. Dit betekent dat het hele proces hier plaatsvindt: produceren, verwerken en verpakken.” Baan heeft nagedacht over een korte keten, maar de uitwerking daarvan viel tegen. “Ik kwam erachter dat grote vrachten veel minder vervuilend zijn voor het milieu in vergelijking tot wanneer ik telkens met een busje door het dorp moet rijden.” Dat is eveneens de reden dat we voor PET-flessen hebben gekozen. “Als deze flessen netjes bij het plastic worden weggegooid, is het veel milieuvriendelijker dan glas.”

Toekomstplannen
“Ons doel met ElkeMelk is om een zo groot mogelijk aandeel te krijgen in de markt.” Zo wil hij onderzoeken of meer melkveebedrijven omgebouwd kunnen worden naar dit systeem. Voor het melkveebedrijf an sich heeft Baan geen grote uitbreidingsplannen. “Ik ben van mening dat de huidige grootte goed is. Ik zeg daarmee echter niet dat ik niet zou uitbreiden als ik de kans kreeg. Dit hangt tevens af van de voortgang van ElkeMelk. Als er markt is voor 2 miljoen liter, breiden we zelf uit. Maar, als er markt is voor 10 miljoen liter, dan kijk ik of we bedrijven kunnen ombouwen. Voor elk scenario ligt een plan klaar.”

Over de toekomst van de melkveehouderij in Nederland is hij duidelijk. “We moeten niet alleen naar Nederland kijken. Als we willen werken naar kringlooplandbouw, zoals minister Carola Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) wil, moeten we kijken naar Europa. Nederland is te klein om op zichzelf een kringloop te creëren.” De melkveehouder is ook van mening dat soja niet meer uit Brazilië geïmporteerd moet worden, maar eiwitten bijvoorbeeld uit Frankrijk gehaald kunnen worden. “Wij zouden onze mest dan bijvoorbeeld naar Frankrijk kunnen exporteren. Wat is het nut van de intercontinentale transporten als we alles binnen de Europese Unie kunnen oplossen?”

De toekomst hangt vandaag de dag ook samen met de keuzes die in de politiek worden gemaakt. Baan focust zich daar echter niet zo op. “Mijn ouders waren vroeger enorm actief in de politiek, misschien dat ik dat daarom totaal niet ben. Ik roei met de riemen die ik vanuit politiek Den Haag krijg. Maar, ik ben wel van mening dat de politiek nu eindelijk eens een koers moet kiezen en die ook daadwerkelijk moet gaan varen. Het gewissel tussen verschillende strategieën en visies is pas echt funest voor de boeren in Nederland.”

Bron: Boerenbusiness

Back To Top
Lid worden