skip to Main Content

Artikel Nieuwe Oogst: Weidevogelkuikens lopen vast in kruidenrijk gras

Goed beheer is belangrijk om kruidenrijk grasland succesvol te laten zijn voor weidevogelbeheer. Maar het gewas is vaak te dicht voor de weidevogelkuikens om zich goed te kunnen verplaatsen. Daarom is verschraling nodig, blijkt uit het project ‘Koeien en Kruiden’.

Het project ‘Koeien en Kruiden‘ werd maandag afgesloten met een webinar. Het project is in 2016 gestart op verzoek van agrarische natuurverenigingen in Friesland waar kruidenrijk grasland een belangrijk onderdeel is van weidevogelmozaïeken. Het project is uitgevoerd door Van Hall Larenstein, het Louis Bolk Instituut en de Vlinderstichting in samenwerking met de agrarische collectieven.

De belangstelling voor kruidenrijk grasland is sterk toegenomen, constateert projectleider Anne Jansma. Zuivelondernemingen zoals FrieslandCampina en A-ware hebben het opgenomen in hun natuurinclusieve melkstromen en verschillende organisaties wijzen op het belang van meer biodiversiteit in speciale campagnes. Kruidenrijk grasland is ook een beheermaatregel voor agrarisch natuurbeheer.

De toenemende interesse leidde ook tot meer vragen uit de praktijk. Maar het project ‘Koeien en Kruiden’ beperkt zich tot het biodiversiteitsdoel van kruidenrijk grasland, zegt Jansma. De effecten op bodemstructuur en diergezondheid zijn niet onderzocht, maar zijn wel drijfveren van boeren om met kruidenrijk grasland aan de slag te gaan. Er zijn daarom nog genoeg vragen over die kunnen worden uitgediept.

Insecten

Voor het project zijn op vijf praktijkbedrijven het aantal en de verscheidenheid aan insecten onderzocht in gangbaar en kruidenrijk grasland. Vooral grote vliegende insecten bleken vaker voor te komen in kruidenrijk grasland. Voor weidevogelkuikens zijn juist deze insecten een belangrijke voedselbron.

Het totale aantal soorten loopkevers verschilde niet tussen beide graslandtypes. Wel was de verscheidenheid in het kruidenrijke grasland veel groter.|

Onderzoekers van het Louis Bolk Instituut zetten op Dairy Campus in Leeuwarden een proefveld uit met verschillende grasmengsels en verschillende bemesting. Het doel was om het effect van kruidenrijk grasland op de biodiversiteit en op de bedrijfsvoering te meten.

Engels raaigras

De onderzoekers vergeleken een weidevogelmengsel met een functioneel weidevogelmengsel (een hoger aandeel functionele soorten als witte klaver, cichorei en karwij) en Engels raaigras onder verschillende bemestingsniveaus. Zoals verwacht was het aandeel kruiden en klavers het hoogst in het weidevogelperceel. Hoe hoger de bemesting, des te groter de dominantie van Engels raaigras.

De uitgestelde maaidatum had geen duidelijk effect op het aandeel kruiden en op de totale drogestofopbrengst. De uitgestelde maaidatum zorgde wel voor een slechtere voederwaarde en een zwaardere snede, waardoor het gewas minder geschikt werd voor weidevogelkuikens.

Het weidevogelmengsel leverde de meeste droge stof op. De voederwaarde was wel lager, maar de totale VEM-opbrengst was in het bemeste weidevogelperceel het hoogst van allemaal. Waarschijnlijk hebben de droge omstandigheden en de combinatie van productieve grassen en droogteresistente kruiden hierbij een rol gespeeld.

Doorwaadbaarheid

Voor het doel ‘kuikengras’ bleken alle perceeltjes niet geschikt te zijn, ook niet de extensief beheerde weidevogelperceeltjes. Op alle percelen was de doorwaadbaarheid door kuikens te laag. Onderzoeker Nyncke Hoekstra van het Louis Bolk Instituut wijt dit aan de vruchtbare kleigrond waarop de proef is aangelegd.

Juist de doorwaadbaarheid is belangrijk voor de weidevogelkuikens en daarom is een schrale uitgangspositie belangrijk, benadrukken Hoekstra en Jansma.

Sturen met waterpeil

Vroeg beweiden en sturen met het waterpeil zijn daarvoor mogelijkheden. Daarnaast is het bij de aanleg van kruidenrijk grasland belangrijk dat de omstandigheden niet te voedselrijk zijn, al is dat in de praktijk best lastig, erkent Jansma.

Op zeven demobedrijven zijn de afgelopen jaren proeven gedaan met de aanleg van kruidenrijk grasland. Daaruit blijkt dat opnieuw inzaaien het meest effectief is. Met alleen doorzaaien is de dominantie van Engels raaigras te groot.

Intensieve bedrijfsvoering

Inpassing van kruidenrijk gras is ook bij een intensieve bedrijfsvoering goed mogelijk, blijkt uit het project ‘Koeien en Kruiden’. Voorwaarde is wel dat het gewas droog kan worden gewonnen. Het aandeel kruidenrijk op het bedrijf hangt af van de verdienmodellen waarvan gebruik kan worden gemaakt.

‘Kruidenrijk lastig in te passen in Kringloopwijzer’

Gerke Jilt Veenstra uit Damwâld draaide als demobedrijf mee in het project ‘Koeien en Kruiden’. Samen met zijn vrouw en zoon heeft hij een bedrijf van 185 melkkoeien op 95 hectare. Hiervan is 15 hectare ingezaaid met een kruidenrijk mengsel. In het voorjaar bemest Veenstra de kruidenrijke percelen met vaste mest en soms met drijfmest. De eerste snede wordt gemaaid. Daarna worden de percelen hoofdzakelijk geweid door droge koeien, schapen en jongvee. ‘Ik was vooral benieuwd hoe je de kruiden in het perceel in stand houdt en wat de invloed van het gewas is op de dieren’, zegt de Friese melkveehouder. Het kruidenrijke gewas wordt eind juni geoogst en gehakseld en daarna vooral aan de droge koeien gevoerd. Dat bevalt Veenstra prima. Het project leerde hem dat een lage stikstofbemesting noodzakelijk is om de kruiden in het perceel te houden. Gevolg daarvan is wel dat de productie omlaaggaat. ‘We oogsten circa 7.000 kilo droge stof per hectare. Dat heeft een negatieve impact op de Kringloopwijzer en dat is lastig om het op een goede manier in te passen in de bedrijfsvoering. Biodiversiteit vind ik belangrijk. Daarvoor kun je prima de randen van percelen gebruiken, want die brengen toch al minder op.’

 

‘Goed beheer is de kunst van het nietsdoen’

Kees Boon uit Delfstrahuizen heeft samen met zijn vader een melkveebedrijf met 200 koeien op 130 hectare land. Daarvan is 10 hectare natuurland van Staatsbosbeheer en 12 hectare kruidenrijk grasland. ‘We vinden weidevogels mooi en willen ze graag in stand houden. Daar dragen biodiversiteit en kruidenrijk grasland aan bij’, zegt Boon. ‘Daarnaast kunnen we er kwalitatief goed voer van winnen dat vooral geschikt is voor de droge koeien en het jongvee.’ Goed beheer van kruidenrijk grasland is volgens de Friese melkveehouder ‘de kunst van het nietsdoen’. In het voorjaar komt er 10 ton vaste mest op en tot 15 juni blijft het gewas onaangeroerd. Daarna kan het worden gemaaid, maar pas als de weidevogels weg zijn en het gewas droog genoeg is. Het gewas wordt als hooi in grote balen geperst. ‘We gebruiken geen folie, want hooi hoort niet in plastic.’ Boon voert het hooi vooral aan het jongvee en de droge koeien. ‘Een koe moet herkauwen. Dan komen er stoffen vrij die goed zijn voor de hele gesteldheid van het dier. Hooi stimuleert dat. Zo is kruidenrijk grasland positief voor de biodiversiteit en voor de gezondheid van het vee.’ 20 procent is van het areaal is wel het maximale gezien het saldo, stelt Boon.

Bron: Nieuwe Oogst

Back To Top
Lid worden