skip to Main Content

Artikel Nieuwe Oogst: Van der Wal pakt ‘hard door’ met reductiedoelen tot 95 procent

Met reductiedoelen tot 95 procent minder emissie legt natuur- en stikstofminister Christianne van der Wal de lat hoog in haar startnotitie over de stikstofaanpak. Ook zet ze de provincies onder druk om haast te maken met gebiedsplannen. Die moeten in de zomer van 2023 klaar zijn.

Rondom de Gelderse Vallei, De Peel en de Veluwe ligt de lat met 95 procent reductie van stikstof-emissies in Natura 2000-gebieden het hoogst. Ook voor andere delen van het land, zoals Twente, Noord-Limburg, Oost-Brabant en de Veenweiden zijn met 47 procent reductie de stikstofopgaven aanzienlijk. In overige gebieden rondom Natura 2000-gebieden kan de doelstelling oplopen tot 70 procent.

De reductiedoelen blijken uit de startnotitie van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) die Van der Wal vrijdag naar de Tweede Kamer stuurde. Gebieden in het uiterste noorden van het land, Zeeland, Flevoland, de Kop van Noord-Holland en delen van Overijssel, Noord-Brabant en Zuid-Holland lijken met reductiedoelen van 12 procent de dans te ontspringen.

Het NPLG-programma vormt het richtsnoer voor de integrale gebiedsgerichte aanpak waarmee het kabinet een einde wil maken aan de stikstofcrisis en doelen wil behalen voor het klimaat en de waterkwaliteit. De startnotitie is de aftrap van een langjarige samenwerking tussen Rijk, provincies en lagere overheden en maatschappelijke partners die moet leiden tot de transitie van het landelijk gebied. Van der Wal roept boeren nadrukkelijk op daarbij aan te schuiven.

Harde deadline gebiedsprocessen

Kern van de aanpak zijn de gebiedsgerichte processen. Die zullen in sommige regio’s leiden tot ingrijpende maatregelen, erkent Van der Wal. Zij stelt een aantal deadlines aan de gebiedsprocessen. In januari 2023 komt er een ijkmoment waarop de provincies moeten laten zien dat ze opschieten met de plannenmakerij. In juli van dat jaar moeten de gebiedsprogramma’s gereed en opgeleverd zijn.

Dinsdag werd de minister naar de Tweede Kamer geroepen voor het wekelijkse vragenuur. Aanleiding waren de via de NRC uitgelekte stikstofreductiedoelen. Kamerleden ergeren zich al langer aan het via de media ‘lekken’ van kabinetsplannen en verlangden van de bewindsvrouw een nadere toelichting, maar kregen die niet. Tot vrijdag hield zij de kaarten tegen de borst.

Depositiewaarde blijft

Ondanks groeiende onrust in de agrarische sector stelde Van der Wal de reductiedoelen niet bij. Evenmin is de door veel partijen en kenners gehekelde systematiek met de Kritische Depositie Waarde (KDW) niet van tafel gehaald. Het streven van het kabinet om 74 procent van het stikstofgevoelige natuur onder de KDW te brengen, is de leidraad voor de reductiedoelen in de genoemde gebieden.

Tijdens het vragenuur stelde de bewindsvrouw geen andere keuze te hebben dan hard door te pakken. Wel erkende ze dat ook de overheid jarenlang geen werk heeft gemaakt van het stikstofdossier en dat daarom de reductieopgave nu zo groot is. ‘De boodschap is hard, maar we wisten dat dit eraan zat te komen. We moeten hier samen met de boeren doorheen.’

Enige flexibiliteit lijkt er nog wel te zitten in de reductiedoelen. De startnotitie spreekt van ‘voorlopige, richtinggevende doelen’ voor de verlaging van de ammoniakemissies (NH3). Voor de vermindering van de NOx-uitstoot uit mobiliteit, bouw en industrie wordt een parallel reductiepad ontwikkeld dat gericht is op vermindering van de landelijke stikstofdeken. Die plannen moet ook voor volgend jaar zomer gereed zijn.

Kritische partijgenoten

Van der Wal zal zaterdag haar plannen moeten verdedigen tegenover partijgenoten op het congres van de VVD. Onder haar partijgenoten leeft onvrede en onbegrip over het harde ingrijpen van het kabinet. Op het congres wordt over een motie gestemd waarin een groot aantal leden de partij vraagt stikstof het land niet te laten ‘verstikken’. Van der Wal was tot haar benoeming als minister nog voorzitter van de VVD.

Tegen kritische partijgenoten, maar ook tegen boeren die opnieuw met demonstraties op het Malieveld in Den Haag dreigen, zegt Van der Wal dat ze juridisch gebonden is aan de stikstofuitspraak van de Raad van State in 2019. Sindsdien is het veel lastiger om bijvoorbeeld een bouwvergunning te krijgen. Ze benadrukt dat het kabinet dan ook louter zijn ‘huiswerk’doet. Zij noemt de reductiedoelen consequent ‘onontkoombaar’.

Bedrijfsverplaatsing

Naast bedrijfsaanpassing biedt de overheid twee andere sporen: bedrijfsverplaatsing en bedrijfsbeëindiging. Verplaatsing vraagt een maatwerkaanpak bij het opstellen van de gebiedsplannen. De al eerder aangekondigde grondbank voor opgekochte landbouwgronden moet bedrijfsverplaatsingen mogelijk maken.

Om de meerwaarde van verplaatsing voor de milieu- en natuurkwaliteit zo groot mogelijk te laten zijn, moet op de nieuwe locatie geïnvesteerd worden in innovatieve emissiearme stallen, extensivering of omschakeling. Verplaatsen zal dus in de regel samenvallen met één van de andere ontwikkelrichtingen. Het kabinet wil voorkomen dat de bedrijfsverplaatsing leidt tot verplaatsing van ammoniak- en broeikasgasemissies.

Boeren kunnen verschillende redenen hebben om te kiezen voor het staken van de onderneming, zoals het gebrek aan een opvolger, onrendabele bedrijfsvoering of die niet aan de ecologische opgaven in een gebied kunnen voldoen.

Productiecapaciteit neemt af

De productiecapaciteit van deze stoppende boeren moet niet zonder meer worden overgenomen door andere ondernemers zoals nu vaak het geval is, stelt landbouwminister Henk Staghouwer in zijn perspectievenbrief.

Met name in gebieden waar de druk op het milieu en de natuur heel groot is, zal de productiecapaciteit moeten afnemen, vindt de landbouwminister. Dat geldt vooral voor de veehouderij, al kan bedrijfsbeëindiging ook binnen de plantaardige sectoren een realistisch scenario zijn, met name voor het realiseren van waterkwaliteitsdoelen.

Staghouwer vindt het belangrijk om ondernemers die overwegen te stoppen, te helpen en te ondersteunen bij hun beslissing. Het Rijk zet hierbij in op financiële ondersteuning om agrarische ondernemers die overwegen te stoppen de mogelijkheid te geven dat op korte termijn te doen.

Bedrijfsbeëindiging is een ingrijpende beslissing, stelt Staghouwer. ‘Niet alleen voor de ondernemer, maar voor het hele gezin, de familie en de omgeving. Het is een emotionele stap. Het is tegelijkertijd ook een beslissing die om een rationele financiële afweging vraagt. Stoppen moet immers financieel haalbaar zijn.’

950 miljoen euro voor bedrijfsbeëindiging

Er zijn twee maatregelen in voorbereiding voor bedrijfsbeëindiging. Dit zijn de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en de tweede tranche van de Maatregel Gerichte Aankoop en beëindiging (MGA-2). Voor de Lbv is 700 miljoen euro beschikbaar, voor de MGA-2 is dat 250 miljoen euro. Daarnaast komen er fiscaal gunstige regelingen voor stoppers.

Verder wil Staghouwer ondernemers ondersteuning geven bij het maken van keuzes. ‘Ik denk daarbij aan instrumenten gericht op omscholing, nieuwe werkzaamheden (sociaal-economisch plan) en sociaal-emotionele begeleiding.’ Deze plannen moeten nog nader worden uitgewerkt.

In de onderstaande startnotitie staat een landkaartje met reductiedoelen per gebied.

Downloads
Startnotitie Nationaal Programma Landelijk Gebied

Bron: Agraaf

Back To Top
Lid worden