Artikel Kontakt: Marco en Niek de Keizer van De Keizer Vee: ‘Boeren zijn topsporters’

De Keizer

OUD-ALBLAS • Dag in, dag uit staat het zakelijk leven van Marco de Keizer en zijn zoon Niek in het teken van de (internationale) melkveesector. Voor magazine #trotsopdeboer (dat deze week verspreid werd) gingen de drijvende krachten achter familiebedrijf De Keizer Vee in op waarom zij trots zijn op de boer. Een interview met mannen met een passie voor koeien.

Vanaf de Heiweg in Oud-Alblas worden jaarlijks duizenden volwassen koeien en kalveren verhandeld, verdeeld in slachtvee en ‘gebruiksvee’. “Daarbij gaat het om koeien die van de ene boerderij naar een andere boerderij gaan. Dat kan hier in Nederland zijn, maar we vervoeren ze ook naar bijvoorbeeld Koeweit, Rusland en Ethiopië”, licht Marco de Keizer toe. “Bijzonder is dat we daarbij niet alleen koeien exporteren.”

“De Nederlandse melkveehouder behoort tot de top van wereld. Met elke koe gaat ook een forse dosis kennis mee. Denk aan voer, aan stallenbouw; wat boeren hier in Nederland inzetten om de meest ideale omstandigheden te realiseren, gaat zo ook naar het buitenland. Bijzonder is trouwens ook dat onze koeien zich overal makkelijk aanpassen; of dat nu bij een melkveehouder in Ethiopië met een temperatuur van veertig graden is, of ergens in Rusland, waar het 25, dertig graden vriest.”

Investeren
Die innovatieve kant van de melkveehouders, ook in de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden, is één van de redenen waarom Marco en zijn zoon Niek trots zijn op de boer. “Zij investeren voortdurend om het hoogste niveau te bereiken. Voor ons zijn het echt topsporters. Neem het feit dat hier in Nederland een boer met zijn gezin een bedrijf van 120 koeien runt, zonder medewerkers. In Duitsland heb je boerderijen met duizend koeien, maar dan loopt er wel bijna veertig man personeel.”

“Wij zijn mede daardoor kampioen in het laag houden van de kostprijs. Een melkveehouder in ons land telt zijn uren niet, het is voor hem een way of life. In andere landen moeten al die uren van medewerkers doorgerekend worden. Je ziet dan ook dat die grote bedrijven het moeilijk hebben en het vaak niet redden.”

Verschuiving
In de afgelopen jaren zag De Keizer Vee een forse verschuiving in de handel. Het was gebruikelijk dat een boerderij zelfvoorzienend was; koeien die geen melk meer gaven werden verkocht als slachtvee en de open plekken werden opgevuld met jonge vaarzen uit de eigen foklijn. Marco: “Jaarlijks ging dat om 25 procent. Bij honderd koeien werden er 25 aan ons verkocht en kwamen er 25 nieuwe bij. Een koe gaat gemiddeld vier, vijf jaar mee.”

Niek vult hem aan: “Dat verschuift wel. Melkveehouders investeren steeds meer in een langere levensduur. Dat is economisch aantrekkelijk en ook de zuivelfabrikanten dringen daarop aan. Zij hebben heel veel invloed achter de schermen, rekenen elke boer afzonderlijk af op hoe zij hun bedrijf runnen. Dierenwelzijn is daar een belangrijk onderdeel van.”

Stiertjes
Daarnaast ging een deel van het jongvee – sowieso de stiertjes – ook de deur uit. “Maar met de komst van de fosfaatrechten in 2017 is dit systeem deels verdwenen. Je mag als boer maar een maximale hoeveelheid mest produceren. Door je jongvee af te stoten, kun je meer koeien melken. Dat betekent wel dat je continu koeien in moet kopen. Dat betekent meer werk voor ons bedrijf, maar aan de andere kant is er nu minder jongvee over in Nederland, wat normaal voor export weg ging.”

De andere manier van werken tekent wat betreft de Alblasserwaardse veehandelaren de veerkracht van de boeren. De fosfaatrechten betekenden destijds een forse klap voor de sector, die door het wegvallen van de beperkende melkquota én een gunstige melkprijs juist fors geïnvesteerd had in nieuwe en ruimere stallen en een grotere veestapel. “Wij hebben er echt bewondering voor dat ze het zo opgepakt hebben. Zelf vinden we dat in de discussie over de fosfaatuitstoot de melkveehouders onevenredig hard zijn geraakt; andere sectoren hoefden veel minder in te leveren. Maar de boeren hebben dat destijds geslikt.”

Den Haag
De bom barstte pas tijdens de veelbesproken stikstofdiscussie. Zelfs boeren uit de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden, normaal niet het type actievoerder, klommen op de trekker om in Den Haag te gaan protesteren. Niek ging afgelopen jaar ook mee. “Om te laten zien dat we hen steunen. Ook bij de stikstof worden de boeren hard aangepakt, terwijl bijvoorbeeld de luchtvaart helemaal buiten schot blijft. Het is volledig terecht dat ze daartegen in opstand kwamen.”

Duidelijkheid over wat de stikstofmaatregelen gaan opleveren voor de melkveesector is er nog steeds niet. Het dossier hangt als een zwaard van Damocles boven de boeren. Welke toekomst hen wacht; ook Niek en Marco de Keizer tasten daarover nog in het donker. Marco: “Wel denk ik dat we naar bijvoorbeeld de intensieve veehouderij moeten kijken. Is het in een zo klein land als het onze wel zo verstandig om zoveel dieren groot te brengen, die vervolgens voor het overgrote deel elders op de wereld verhandeld worden? We zien trouwens in de vleesconsumptie de afgelopen jaren een forse verschuiving. Neem Zuid-Europa: de traditionele twee warme maaltijden per dag, beide met vlees, lopen steeds meer terug. En als er nog vlees op tafel komt, zijn het kleinere porties.”

Dierenwelzijn
Automatisch komt het gesprek zo op dierenwelzijn. Vader en zoon hebben allebei een passie voor de dieren waarin ze handelen; ze kunnen oprecht genieten van een weiland vol koeien. Tegelijkertijd is het het materiaal waarmee ze hun geld verdienen. “Maar uiteindelijk levert het goed voor de koeien zorgen alleen maar winst op”, benadrukt Marco.

“Neem een transport naar een slachthuis: als je zorgt dat dat voor de koeien op een fatsoenlijke manier gebeurt, dan is de kwaliteit van het vlees veel beter dan als je gestresste en slecht verzorgde dieren aflevert. Bij transport houden we vrijwel altijd maximaal acht uur reistijd aan. En we maken gebruik van zogenaamde ‘cattle cruisers’, vrachtwagens waarin een koe ook na een rit naar Moskou of Engeland blij en uitgerust uit de wagen stapt. Dat is een kostbare manier van werken, maar uiteindelijk is het voor alle partijen wel beter.”

Contacten
Terug naar de handel: voor De Keizer Vee zijn de contacten met de melkveehouders en andere veehandelaren cruciaal. Zo plukt het familiebedrijf nu de vruchten van het feit dat Niek drie jaar lang woonde en werkte in Duitsland. “Daar halen we nu de koeien vandaan die melkveehouders nodig hebben. Het is relatief dichtbij en het niveau is goed voor ons land”, knikt Niek.

En Marco: “Voor ons is het echt van grote meerwaarde dat Niek de taal spreekt en de mensen daar kent. Je kunt niet met alleen maar met af en toe een belletje vanuit Nederland dit werk doen, daarvoor heb je contacten nodig die je persoonlijk kennen. Ik ben er trots op dat hij zo een belangrijke bijdrage aan ons familiebedrijf levert. Niek weet hoe ze in Duitsland zakelijk met elkaar omgaan. Om een voorbeeld te geven: waar ik zo bij een boer achterom ga om te vragen of er nog iets nodig is, moet je daar echt een afspraak maken.”

Ongedwongen
Ze geven meteen toe: zo ongedwongen gaat het er in Nederland in toenemende mate niet meer aan toe. Jonge melkveehouders zijn er minder op gesteld als er zonder afspraak opeens iemand op het erf staat. “Daar spelen we op in met onze site, die steeds meer bezocht wordt, en het ontwikkelen van een eigen De Keizer Vee-app. Niet om boeren die kant op te dwingen, maar wel om ze die digitale mogelijkheden aan te bieden.”

Bron: het Kontakt/Beeld: Geurt Mouthaan

Lid worden