skip to Main Content

Artikel Culemborgse Courant: Vliegenval in Braasemwaard

CULEMBORG • De vliegenval voor koeien is geplaatst in de Braasemwaard in Culemborg. Met dit praktijkexperiment wordt onderzocht of dit een alternatief is voor het gebruik van chemische vliegenbestrijdingsmiddelen.

Al vroeg in de zomer zitten er vliegen op de koeien. Een te groot aantal geeft overlast aan de dieren, vormt een risico op ziekte en verhindert de hygiënische winning van melk. In de gangbare én biologische rundveehouderij mogen vliegen bestreden worden met chemische vliegenmiddelen op de koe. Dit zijn middelen met werkzame stoffen als ivermectine, avermectine, DEET, etc. Van deze stoffen is bekend dat ze persistent zijn en relatief lang in het milieu blijven. De stof wordt door de koe uitgescheiden en komt terecht in de weidemest. Vliegen sterven soms pas na enkele dagen of zelfs helemaal niet (resistentie). In die periode kunnen zij niet vluchten voor vleermuizen en zwaluwen en worden zij vaker opgegeten dan niet-vergiftigde insecten. Uit onderzoek blijkt dat ruim 70% van de torren, kevers en andere insecten in het weiland sterft door het gebruik van ivermectine. En die dienen weer als voedsel voor (weide)vogels, muizen, egels, amfibieën en andere insecten. Ook komt een deel van de werkzame stoffen in bodem en water terecht.

De Vliegenval
Het gebruik van deze chemische vliegenmiddelen kan worden beperkt. Zo eten vleermuizen en boerenzwaluwen, die van origine op agrarische bedrijven horen, duizenden insecten gedurende een dag of nacht. Hun leefomgeving kan worden verbeterd door ‘natuurlijke’ en kunstmatige verblijfplaatsen en (inheemse) beplanting. Melkveehouders Gert-Jan en Arjen Kool in Hei- en Boeicop kwamen een vliegenval voor rundvee op het spoor. Deze val wordt onder meer in Australië gebruikt. De koeien lopen als het ware een sluis in, en lopen tussen harige borstelstrips door. Deze borstels zorgen ervoor dat de vliegen opvliegen. Zij vliegen naar boven waar het licht is. Via kleine spleetjes/ gaatjes worden ze afgevangen, waarna ze doodgaan door de warmte en via de zijkant van de val naar beneden vallen.

Waarom in de Baarsemwaard?
In 2021 wordt, met begeleiding van het Culemborgse adviesbureau CLM, de val bij een drietal biologische melkveehouders gebouwd, getest en verbeterd. De uitvoering en locatie verschillen per bedrijf, afhankelijk van de ligging van de veldkavels, de inrichting van de stallen, etc. “De ervaring tot dusverre is dat jongvee, vanwege hun nieuwsgierigheid, daadwerkelijk door de val loopt. Bij oudere koeien duurt dit wat langer; samen met een veegedragsdeskundige gaan we dit na en optimaliseren we de acceptatie.” Ook in de Baarsemwaard lopen koeien (jongvee en ‘droge’ koeien) van vader en zoon Kool. En ook deze koeien hebben last van vliegen. In overleg met eigenaar Geldersch Landschap en de Natuur- en Vogelwacht Culemborg is ook hier een vliegenval geplaatst. Zo wordt getest of de val ook in open terrein functioneel is: maken de koeien gebruik van de poortval? Worden de vliegen erin afgevangen? Komen er onbedoeld andere insecten in de val terecht?

Bron: Culemborgse Courant

Back To Top
Lid worden