skip to Main Content

Artikel Agraaf: Weidevogelman: Rennen, springen, vallen en weer opstaan

Ik zie de grote maai- en inkuildrukte en hoor in mijn hoofd spontaan dat liedje van Herman van Veen: ‘We moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan!’ En dus gaan jullie mijn stukje misschien pas later een keer lezen. Geeft niks, want over ‘maaien met weidevogelverstand’ heb ik je genoeg verteld!

‘Rennen, springen, vallen, opstaan’, dat is hoe de jonge kieviten, tureluurs en grutto’s jagen op insecten. Kievitkuikens pikken prooien van de grond: loopkevers, kortschildkevers, insectenlarven, spinnen. Kuikens van grutto en tureluur pikken vliegende insecten, snuitkevers en ook spinnen uit het gewas.

Jeugdgroei

Wist je dat een gruttokuiken van een week 600 insecten per uur vangt, tot een totaal van 4800 per dag? Een week later meer dan 7000 per dag! Uit onderzoek blijkt dat niet zozeer het aantal insecten van betekenis is voor jeugdgroei, maar vooral voldoende grote insecten van meer dan 4 mm. Zoals hommels, bijen en wespen, maar ook sprinkhanen, langpootmuggen en grotere spinnen.

En wat gaat het goed! Dit is een wereld van verschil met vorig voorjaar. De nattigheid zorgde voor rust, meer voedsel op de bodem en het gewas heeft langer een open stand gehad. Gunstig voor de kievitkuikens. Voor de grutto’s en tureluurs komt de warmte als geroepen, want nu begint het te zoemen van vliegende insecten.

Na het grote maaien, moeten de jonkies het hebben van het kruidenrijke gras met uitgestelde maaidatum èn de beweide percelen niet te vergeten. Onderzoek in het project ‘Koeien en Kruiden’ laat zien dat kruidenrijk gras uitblinkt met meer grote insecten van boven de 4 mm èn doorgaans een grotere variatie in soorten heeft.

Randenbeheer

Er valt nog veel te sleutelen, te leren en te onderzoeken om de omstandigheden voor kuikens nóg veel beter te maken, zo blijkt. Hoe te zorgen voor een open en ‘doorwaadbaar’ gewas? Hoe te zorgen voor aaneengesloten bloei van mei tot en met eind juni? Voorbeweiden, geen kunstmest-stikstof erop, hogere waterstand, het zijn dingen die in elk geval goed werken. Perceelsranden blijken trouwens vanzelf al soortenrijker en vochtiger. En randenbeheer is kinderlijk eenvoudig en kan overal! Dit wordt een recordjaar, een leerjaar, een jaar van: ‘opstaan en weer doorgaan’.

Tips:

1) Beweide percelen zijn van grote waarde in het weidevogelmozaïek. Ga ze niet schoonmaaien, laat de ‘voddigheid’ lekker staan.
2) Randenbeheer is simpel, kansrijk en goedkoop. Begin er meteen mee: blijf met mest en kunstmest drie meter van de sloot af en maai ze mee met reguliere snedes. Laat in het voorjaar die randen dan weer staan.
3) heb je een schraler perceel met weinig kruiden, denk eens na over inzaai met een weidevogelmengsel.

Even voorstellen

Weidevogelman is mijn naam en ik ben dol op weidevogels. Ik observeer ze al mijn hele leven en zit vol met kennis over deze fascinerende diertjes. Daar deel ik graag van uit om je van praktische tips en weetjes te voorzien, die helpen om de weidevogel als onderdeel van de bedrijfsvoering te zien. Met bewondering heb ik naar mijn oom De Weideman gekeken. Hoe hij melkveehouders met zijn kennis en kunde vooruithielp om beter te beweiden. Die ambitie heb ik ook voor het weidevogelbeheer…. En er is nog zoveel kennis uit praktijk en wetenschap die onbenut blijft!

Bron: Agraaf

 

Back To Top
Lid worden